Sinds Pim Fortuyn wordt het woord `demoniseren’ te pas en te onpas gebruikt door controversiële politici om kritiek tegen hun eigen dubieuze ideeën te ontkrachten. Zo ook Geert Wilders.
Wilders claimt een groot voorstander van de vrijheid van meningsuiting te zijn, maar is kennelijk zelf niet in staat kritische opmerkingen van anderen over hem en zijn partij te relativeren. Herman van Veen waarschuwde afgelopen maandag voor de PVV. Hij wees daarbij onder andere op de ondemocratische structuur van de partij en maakte een vergelijking met de NSB, die op een vergelijkbare manier was georganiseerd. Daarmee heeft van Veen helemaal niets vreemds gezegd. Toch voelt het enige lid van de PVV zich in zijn wiek geraakt. Eerder wondt hij zich al op over Pechtold, die de PVV extreem rechts noemde (een iets gewaagder opmerking, maar ook niet geheel uit de lucht gegrepen), Van der Laan die de partij een gevaar noemde voor de Nederlandse samenleving en over de drie wetenschappers die onderzoek deden naar radicalisering en in hun rapport een zinnetje aan de Partij voor de Vrijheid hebben geweid.
De reactie van Wilders, die zelf steeds op alle mogelijke manieren de publiciteit zoekt en zowat iedere dag wel tegen een of ander scheenbeen trapt, is de typische reactie van een narcist.
Het woord `demoniseren’ dat hij daarbij bezigt is een rookgordijn, bedoeld om een omkering van begrippen te bewerken en diegene die het kwaad bekritiseerd zelf als het kwaad te bestempelen. Pim Fortuyn deed dit ook al en de nazi’s in Hitler-Duitsland deden precies hetzelfde. Wat de nazi’s ook consequent deden wat het demoniseren van een complete bevolkingsgroep door hen af te schilderen als kwaadwillend en hen de schuld voor de grote maatschappelijke problemen in de schoenen te schuiven. Daarbij maakten ze gebruik van populisme, haat- en angstzaaierij én voortdurende herdefiniëring van begrippen. Dat laatste is enorm belangrijk, want het werkt als een reclameboodschap. Wie herhaaldelijk roept dat Joden untermenschen zijn, zegt eigenlijk dat ze niet of minder menselijk zijn en devalueert genocide tot het niveau van insectenverdelging. Dat schiep het precedent voor de holocaust.
Wilders schildert moslims herhaaldelijk af als een minderwaardig soort mensen. Hij zegt dat niet letterlijk, maar suggereert dat wel continu. Een van zijn uitspraken: “…Waarom durven wij niet te zeggen dat moslims zich aan óns moeten aanpassen, omdat onze normen en waarden nu eenmaal van een hoger, beter, prettiger en humaner beschavingsniveau zijn?…”
Als er iemand is die demoniseert dan is het Geert Wilders wel. Dat de andere politici hem niet eerder zo geconfronteerd hebben was een teken van zwakte van hun kant, en wanneer dat nu eindelijk eens gebeurd dan moet Wilders niet piepen. Wat had hij dan verwacht?
Maar, Geert gelooft rotsvast in zijn eigen gelijk en is blind voor wat hij zelf doet. Hij ziet zichzelf als de Messias die Nederland moet redden van een tsunami van islamisering, die als een sprinkhanenplaag over ons land golft. Hij is een profeet, en een profeet mag je niet bekritiseren.
Ik stop ermee, voor ik aan het demoniseren sla, mijn punt is denk ik duidelijk.



De twee christelijke regeringspartijen, CDA en CU, hebben het nog een tijd tegen kunnen houden, maar het lijkt er nu op dat het er toch van gaat komen: artikel 147, het verbod op smalende godslastering,
De politieke druk op André Rouvoet, minister van Jeugd en Gezin, en daarmee op de hele jeugdzorg, is ongelofelijk hoog. De evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg is nog niet gereed of de Tweede Kamer, de media en Jan en alleman 

Ieder jaar gaan er in Nederland 

