Deze week was de veroordeling van Mohammed B, de moordenaar van Theo van Gogh. Bij de rechtbank in Rotterdam kwamen, onder andere, Samir A. en andere medestanders van de zgn. Hofstadgroep op bezoek. In de Trouw stond een prachtige en veelzeggende foto van Samir A, met een traditioneel wit gewaad aan en zijn hoofddeksel voor zijn gezicht, om niet herkend te worden luidde het onderschrift. Dat had natuurlijk weinig zin, want heel Nederland kent inmiddels het gezicht van deze ex-terreurverdachte, al is het maar van de foto waar hij direct na zijn vrijlating een fotograaf aanvalt. Nee, met bescherming van privacy had dit weinig te maken, dat is wel het laatste waar deze jongens zich om bekommeren. Zij hebben toch niets te verliezen. En dat is nu juist wat hij wilde laten zien: ik heb geen gezicht, ik doe er niet toe, ik ben een no-body. Het was een krachtig statement van een nameless – faceless generation; zij leven niet meer voor zichzelf, zij leven alleen nog maar voor Allah en zijn zaak. Zij hebben hun leven verkocht aan Allah. Zij plegen geen zelfmoordaanslagen, want zij zijn al dood. En dat is, ondanks de gruwelijkheid van hun daden en het diepe duister van hun denken, een houding die respect oproept. Was ik in mijn geloof maar zo radicaal, zonder een medemens te doden natuurlijk, begrijp me goed. Zou ik zover gaan dat ik mijn leven zou geven voor Jezus?Tegelijk zie je een zorgwekkende ontwikkeling aan de andere kant. De Nederlandse samenleving is instabiel geworden, en in een dergelijke verwarrende setting kunnen angst, misleiding en extreme denkbeelden gemakkelijk de overhand krijgen. De voorwaarden voor een escalatie zijn volop aanwezig. Tekenen van de verregaande verwarring in Nederland zijn de opkomst van Pim Fortuyn en andere populistische leiders en het gebrek aan duidelijke leiding vanuit de zittende overheid in deze tijden van crisis. Er heerst een cultuur van leegte, verwarring, onvrede, gebrek aan identiteit en van onwetendheid. Populisten maken hier dankbaar gebruik van om hun gevaarlijke ideeën aan de man te brengen. De termen die gebruikt worden zijn al net zo misleidend en stemmingmakend als de woorden van Mohammed B. en zijn handlangers. Het lijkt of niemand doorheeft dat hetzelfde gebeurd als indertijd bij de `taalvergiftiging’ door de nazi’s. Manipulatieve en hypnotiserende woorden die continu de publieke opinie beheersen, zoals: `rituele moord’, `het benoemen van problemen’, `de dingen hardop durven zeggen’, `demoniseren’, `de moslims’, woorden die een vertekend beeld geven van de realiteit en de waarheid verdraaien.
Op deze manier worden alle moslims over één kam geschoren, en ontstaat het naïeve beeld alsof alle problemen in de samenleving toegeschreven kunnen worden aan één bepaalde groep of geloof. Een heel gevaarlijke tendens, die tot verdere polarisering en radicalisering kan leiden. Een tekenend en schrijnend voorbeeld hiervan was de mededeling die na de moord op van Gogh een halve dag op de teletekst van de publieke omroep stond, dat de dader `een islamitisch uiterlijk’ had. Vermeng religie en ras met elkaar en je hebt dynamiet!
Het beklemmende aan het geheel is, dat op zowel het gedachtegoed van islamitische extremisten als op de reacties vanuit onze samenleving (het sterk opkomende rechts-nationalisme) dezelfde kenmerken van toepassing zijn: een obsessieve focus op het verval van de gemeenschap, vernedering en slachtofferschap enerzijds, en een romantische hang naar eenheid, puurheid en kracht anderzijds. Tel daarbij op de constitutionele, morele en geestelijke crisis van onze maatschappij en je hebt alle bestanddelen voor een explosief geheel waarvan niemand weet welke kant het op zal gaan. Het verleden herhaalt zich nooit, maar de processen zijn wel herkenbaar. Het zijn apocalyptische tijden waarin tegenstellingen toenemen en de onderlinge haat groeit.
En ondertussen staken we in ons kikkerlandje vrolijk onze kop in het zand, trots als we waren op onze tolerantie-cultuur en alles-moet-kunnen-mentaliteit. Blind waren we voor de onderstromingen in de samenleving, deze tegenbeweging van, vooral jongeren, die deze tekenen van verderf en neergang verachten. Tot we op 2 november 2004 hardhandig werden wakker geschud… En onder dit alles liggen de scherven van de jaren zestig. Het idealisme is omgeslagen in cynisme, het zelfvertrouwen in verwarring, de naïviteit in angst. Onze samenleving is op drift en we hebben zelf voor die ondergang getekend. Er is maar één uitweg:
“en wanneer dan mijn volk, het volk dat mij toebehoort, het hoofd buigt, al biddend mijn aanwezigheid zoekt en terugkeert van zijn dwaalwegen, dan zal ik het aanhoren vanuit de hemel, zijn zonden vergeven en het land genezen.” – 2 Kron. 7:14
We leven in spannende tijden. God heeft een plan met dit land. En daar hebben wij, als zijn kinderen, een verantwoordelijkheid in. Of Hij komt met zijn oordeel over dit land, vanwege onze zonden, en Hij laat de heidense hordes los die alles vernietigen en dood en verderf zaaien, of Hij heeft genade met ons omdat Hij ziet dat sommigen zich bekeren van hun dwaalwegen en naar Hem roepen om de zonden van ons land te vergeven. Dan zal Hij komen en onze zonden vergeven en ons land genezen. Durven wij zo radicaal te zijn? Zijn wij bereid ons leven te geven voor Hem? Of moeten we tot onze beschaming toezien hoe islamitische jongeren het vernietigende werk doen wat wij hadden kunnen voorkomen?
Wanneer is het uur dat de Gemeente van Christus opstaat, wanneer zeggen we: `en nu is het genoeg geweest’? Speak up! Laat de Waarheid klinken, ook al is die hard en confronterend. Be bold! De schepping zucht en is in barensnood en ze wacht op het openbaar worden van de zonen Gods…een nameless – faceless generation die bereid is zijn leven te geven voor het Evangelie. Zij zijn al dood, dus zij hebben niets meer te vrezen. Zij zijn niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de Geest kunnen doden…
Veel van de feiten die ik voor dit artikel heb gebruikt zijn gebaseerd op `gedoemd tot kwetsbaarheid’,
het manifest dat Geert Mak schreef n.a.v. de moord op Theo van Gogh.
