tegenargumenten 1

In deze en de volgende artikelen wil ik de traditionele argumenten behandelen en weerleggen die vanuit de bijbel vaak gegeven worden om het systeem van hiërarchisch leiderschap in de kerk te onderbouwen en het idee van gelijkheid te ontkrachten. Eerst nog even het bijbelse uitgangspunt in een notendop:Wanneer in het Nieuwe Testament geschreven wordt over leiderschap is dat veel meer een beschrijving van speciale functies in de Gemeente dan van formele posities. Leiderschap in de Gemeente is niet-officiëel, niet-titulair en niet-hiërarchisch.

Ik heb alle argumenten ingedeeld in 12 categorieën:

1 geen ambten, wel opzieners
2 geen hiërarchie
3 de `vijfvoudige bediening’
4 de aanstelling van oudsten
5 niet (be)heersen
6 de metafoor van het lichaam
7 slechts één Hoofd
8 gehoorzamen of navolgen
9 geestelijkheid en lekendom
10 de 7 engelen van de 7 gemeenten
11 oudtestamentisch leiderschap
12 `raak de gezalfde niet aan’

noot: bij het weerleggen van deze argumenten heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het boek `onder wiens gezag’ van Frank Viola. Hij houdt in zijn boek een veel uitgebreider en grondiger betoog, en baseert zich daarbij op allerlei wetenschappelijke en historische bronnen. Ik heb geprobeerd e.e.a. op een eenvoudige en beknopte manier weer te geven.


1 geen ambten, wel opzienersHand. 1:20; Rom. 11:13 en 12:4; 1 Tim. 3:1,10,13
Het woord `ambt’ is een foutieve vertaling die een bediening, functie of positie van leiderschap suggereert die verbonden is aan bepaalde personen. Een betere vertaling van het Griekse woord praxis, dat hier gebruikt wordt, is: functie, taak, werking of werkzaamheid (de NBV vertaalt dit beter dan oudere vertalingen). Dit is niet voorbehouden aan bepaalde personen, maar geldt voor alle gemeenteleden.

1 Tim. 3:1-7; Tit. 1:7-9
Timoteüs en Titus waren geen pastors, voorgangers of oudsten, maar apostolische medearbeiders van Paulus. Paulus schrijft deze brieven dan ook niet aan de gemeenten, maar aan hen persoonlijk. Dit is duidelijk te zien aan de stijl en adressering van de brieven. Omtrent leiders wordt gezegd dat zij erkenning ontvangen door het voorbeeld dat zij uitleven en niet op basis van een positie die zij bezetten. Wel worden de kwaliteiten van een echte opziener beschreven: geestelijk karakter en trouw, morele oprechtheid en verantwoordelijkheid, godvruchtigheid en stabiliteit. Deze beschrijvingen dienden slechts als leidraad voor Timoteüs en Titus om in de gemeenten waar zij werkten opzieners (oudsten) te herkennen en te erkennen (1 Tim. 5:22; Tit. 1:5).
Ook hier geldt weer dat Paulus alleen functionele taal gebruikt, nergens duidt hij op officiële `ambten’ of posities.

Hand. 20:28; 1 Tim. 5:17; 1 Tes. 5:12; Hebr. 13:7,17,24; Rom. 12:8
De woorden `leiding geven’ en `voorgangers’ zijn een sterk cultureel bepaalde religieuze terminologie waarvan geen parallel van dezelfde strekking is te vinden in de oorspronkelijke Griekse tekst.
`Voorgangers’ is een onzuivere vertaling van het Griekse hegeomai, wat een werkwoordsvorm is die `begeleiden’ (als een gids) of `voorgaan’ betekent. Deze verzen dragen de gedachte van `degenen die u de richting wijzen’ en niet `degenen die de leiding over u hebben’.
`Leiding geven’ is een foutieve vertaling van het Griekse proistemi, wat de betekenis draagt van `voorop lopen’, `hoeden’, `beschermen’ en `zorg dragen voor’. Ook hier gaat het weer om werkwoordsvormen, niet om zelfstandige naamwoorden.
Niet voor niets benadrukt Paulus in 1 Tim. 3:4-5 dat `opzieners’ goede `bestierders’ van hun eigen huizen moeten zijn. Hiermee doelt hij natuurlijk niet op hun vermogen om macht te verwerven, maar op hun capaciteit om verantwoordelijkheid te dragen voor het toezicht op en de opvoeding van anderen.
De Griekse tekst draagt het beeld over van iemand die te midden van de kudde staat, haar beschermt en er zorg voor draagt; als een herder of een vader, niet als een koning of een manager.