vaderschap of broederschap

Het idee van geestelijk ouderschap is een onderwerp dat ik veel tegenkom de laatste tijd, het leeft echt. Op zich is het een mooi beeld de Gemeente te zien als een gezin, maar volgens mij schuilt er een gevaar in het idee van geestelijk ouderschap.
Natuurlijk is het van belang dat er aandacht is voor geestelijke baby’s en opgroeiende kinderen; het uitgangspunt moet daarbij wel zijn dat het gericht is op opgroeien en volwassen worden, leren om zelfstandig je verantwoordelijkheid te dragen. Net als in een gezin mag je dan fouten maken, zonder daardoor afgewezen te worden; je mag oefenen. Als je volwassen wordt krijg je de behoefte om naar buiten te gaan en je te verbinden met mensen buiten het gezin. Als het gezin dit probeert tegen te houden, wordt het gezin een gevangenis.
Zit er daarom geen gevaar in het gebruik van de term `geestelijk ouderschap’? Ik proef in jouw verhaal dat je geestelijk ouderschap ziet als een middel om tot die zelfstandigheid en volwassenheid te komen, je wilt mensen niet blijvend aan je binden. Toch kan het idee van geestelijk ouderschap de neiging met zich meebrengen om de ander te gaan overheersen, aan je te binden, en dan kom je bijna automatisch in een loyaliteitsstrijd terecht. Je zou dan van de ene in de andere valkuil vallen.Is het niet veel beter om te spreken van geestelijk broeder- en zusterschap? Je hebt een (aardse) vader en moeder, de bijbel zegt dat je die moet eren. Andere mensen kunnen als een geestelijke grote broer of zus zijn, die jou accepteren om wie je bent en niet om wat je doet.

“Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias.” – Mat. 23:8-10

Mijn vrouw heeft pas het boek `Kerk aan de keukentafel’ van Hans Groeneboer gelezen. Hij heeft een heel andere insteek naast de vele theoretische en beschouwende lectuur over de Gemeente: hij kiest veel meer de relationele invalshoek; heeft het nauwelijks over structuren, veel meer over de aard en het effect van onderlinge relaties. Een aanrader!

Dit heb ik ook als reactie geplaatst op de weblog van Matthijs Vlaardingerbroek, die momenteel veel schrijft over geestelijk ouderschap.

2 Reacties

  1. Hoi Peter,

    Ik ben het met je eens. De gevaren die jij beschrijft, zitten er zeker in. Maar dat is het probleem bij elk principe dat een naam moet krijgen. De naam die je er aan verbindt, roept allerlei associaties op die een eigen leven gaan leiden. Misschien is geestelijk ouderschap niet de juiste titel, al hoewel Paulus in 1 Korintiers 4: 14 het volgende uit de Engelse NIV: “Even though you have ten thousand guardians in Christ, you do not have many fathers, for in Christ Jesus I became your father through the gospel. Therefore I urge you to imitate me.”

    Paulus noemt zich een vader van de gemeente in Korinthe, maar ook van Timotheus. Door dit principe geestelijke broederschap te noemen, loop je het risico dat mensen zeggen: we zijn toch al broeders en zusters. Dat doen we toch al. Door het geestelijk ouderschap te noemen, leg je de lat iets hoger.

    Een goede ouder weet in welke mate hij een kind moet begeleiden, corrigeren, aansturen, maar ook wanneer hij zijn kind moet loslaten om aan zijn eigen leven vorm te geven. Dit zal in gezond geestelijk ouderschap ook plaatsvinden.

    Maar om eerlijk te zijn, vind ik de term ook niet optimaal. Ik ken een aantal mensen die een schoonouders geen pa of ma willen noemen, maar hen ook niet bij de voornaam mogen noemen. Om nou meneer of mevrouw te zeggen, vinden ze ook niks. Dus gebruiken ze nooit een naam of een titel als ze hen aanspreken. Misschien werkt dit binnen geestelijk ouderschap ook zo. In artikelen benoem je het, maar in de praktijk zal de titel ‘geestelijk ouder’ of ‘geestelijk kind’ wellicht nooit vallen.

    Wat denk jij?

  2. “What’s in a name?” is een bekend gezegd. Het antwoord zou kunnen zijn: “everything is in a name”…
    Ik weet niet of broederschap een goede term is, wellicht is dat weer te zwak. Er schuilt volgens mij wel een gevaar in om termen als `geestelijk ouderschap’ en `geestelijke vaders en moeders’ te gebruiken, omdat de term beladen is; in het verleden is er vaak misbruik van gemaakt om mensen te manipuleren en onder controle te houden; denk b.v. aan de `shepherding movement’.

    Over de `shepherding movement’ het volgende citaat van de site van DPM:

    “In 1968 verhuizen de Prince’s naar Fort Lauderdale, Florida, en in de beginjaren ‘70 werkt hij nauw samen met de andere erkende bijbelleraren Don Basham, Ern Baxter, Bob Mumford en Charles Simpson. Deze samenwerking leidt uiteindelijk tot de oprichting van wat later bekend wordt als de ‘Shepherding Movement’. Hoewel de beweging oorspronkelijk bedoeld is als een manier waarop christenen naar elkaar verantwoording kunnen afleggen over bijbelse principes, wordt de beweging omstreden vanwege het misbruik van autoriteit. Bedroefd dat iets dat zo goed is bedoeld, zoveel schade kan veroorzaken, stapt Derek uit deze beweging en bekeert zich publiekelijk van zijn aandeel hierin.”

    Vanwege dit soort excessen moet je denk ik voorzichtig zijn met de terminologie die je gebruikt, mensen kunnen er gemakkelijk mee aan de haal gaan.

    Wat is de oplossing? Ik denk dat het in ieder geval belangrijk is de kaders helder te stellen; waar heb je het precies over en wat is het zeker niet. In jouw verhaal herken ik wel de gezonde kaders, maar als je buiten die context de term `geestelijk ouderschap’ gebruikt kan dat gemakkelijk verkeerd worden geinterpreteerd. Mensen kunnen het opvatten als een legitimatie om anderen te overheersen, en dan bereik je precies het tegenoverstelde van wat je zou willen.

    Geestelijke `coaching’ moet erop gericht zijn de ander verder te helpen zodat deze tot volwassenheid in het geloof kan komen. Een term als `geestelijke vader’ of `-moeder’ heeft dan toch een beetje de smaak van een ongelijkwaardige relatie en van eenrichtingsverkeer. Fundamenteel voor een goede coachingsrelatie is volgens mij gelijkwaardigheid en wederkerigheid; je leert beiden wat van elkaar en er is wederzijdse openheid. Daarmee voorkom je ook excessen als overheersing en afhankelijkheid.


Sorry, Reacties plaatsen is nu niet mogelijk

RSS met reacties