2 geen hiërarchie
1 Cor. 12:28
In dit gedeelte wordt géén hiërarchie aangegeven, ook al hebben wij vanuit ons cultureel gevormde denken sterk de neiging dat er wel in te lezen. Met de volgorde in dit tekstgedeelte wordt slechts de belangrijkheid van de gaven voor de opbouw van de Gemeente aangeduid. De apostolische gave is de meest fundamentele, de profetische brengt visie, leraars geven een solide bijbelse ondergrond, enz. Hoewel er een verschil is in belangrijkheid van de gaven verleent dit diegenen die deze gaven ontvangen hebben geen grotere formele autoriteit. Alle gelovigen ontvangen verschillende gaven en bedieningen, maar mogen deze gaven nooit gebruiken om te heersen over anderen!Paulus geeft zichzelf ook nooit een officiële titel, hij beschrijft slechts de functie die hij heeft voor het Lichaam van Christus. Hij stelt zichzelf altijd voor in de trant van `Paulus, een apostel van Jezus Christus’, nooit als `dé apostel Paulus’.
3 de `vijfvoudige bediening’
Ef. 4:11
In Efeziërs 4 gaat het over gaven die de Kerk toerusten tot dienstbaarheid. Het zijn niet de gaven die de Heilige Geest aan ieder individu toebedeelt (1 Cor. 12:11) die hier genoemd worden, het gaat hier om personen die met hun gaven de Gemeente dienen en versterken.
Apostelen, profeten, evangelisten en herders/leraars zijn personen die de Heer aan zijn Kerk gegeven heeft tot vorming, coördinatie en opbouw. Hun belangrijkste taak is om de gemeenschap van gelovigen op te voeden tot volwassenheid en verantwoordelijkheid. Deze gaven van de Geest zijn geen ambten of formele positities. De bedieningen van Ef. 4 (vaak de `vijfvoudige bediening’ genoemd) zijn niet gelijk aan kerkleiderschap. Zij kunnen wel, maar hoeven geen oudsten te zijn.
