4 de aanstelling van oudsten Hand. 14:23; Tit. 1:5
De vermelding van apostolische erkenning past net zo goed bij de functionele gedachtegang als bij de positionele interpretatie. In het Grieks staat in Tit. 1:5 het woord kathistemi, dat `vaststellen’ betekent, hetgeen toch wezenlijk anders is dan `aanstellen’. Het duidt meer op erkenning van dat wat al is dan op het instellen van wat nog niet is.
In Hand. 14:23 wordt het woord kiroteneo gebruikt, wat betekent `de hand uitstrekken’.
Beide teksten duiden dus op het erkennen van personen die door anderen allang bevestigd zijn. De erkenning vind plaats door rondreizende buitenkerkelijke werkers (apostelen) en niet door de kerk zelf. Trouwens, Paulus gaf nooit bepaalde personen autoriteit of gezag over andere leden van de gemeenschap. Het is de Heilige Geest die opzieners naar voren brengt (Hand. 20:28). Het opleggen van de handen is dus een teken van broederschap, eenheid en bevestiging, geen teken van overgedragen autoriteit. Het is een verregaande dwaling om bijbelse erkenning te verwarren met kerkelijke wijding. Helaas is deze dwaling van de Roomse Kerk in de protestantse kerken en evangelische groepen van vandaag de dag nog springlevend!
Hand. 15:22
De NBG en Willibrordvertaling vertalen het woord hegeomai hier met `mannen van aanzien’, terwijl de meeste andere vertalingen de term `voorgangers’ of `voorname mannen’ gebruiken wat aan de tekst een hiërarchische bijsmaak geeft (de NBV vertaalt hier met `leiders’).
5 niet (be)heersen
1 Cor. 12:28
Het Griekse woord kubernesis wordt in de Nederlandse vertalingen weergegeven met `besturen’, `leiding geven’, `regeringen’, en `regeerders’. De Nieuwtestamenticus Gordon Fee vertaalt het met `daden van begeleiding’, en geeft aan dat de term verwijst naar het geven van wijze raad aan de kerk.
Het enige `bestuur’ dat de Kerk heeft is de zuivere en ongedeelde heerschappij van Jezus Christus (Jes. 9:6). Hoewel opzieners de Kerk dienen door toezicht te houden mogen zij de Kerk niet `besturen’ of `beheersen’.
