11 oudtestamentisch leiderschap
Exodus 18 wordt vaak gebruikt als een legitimatie voor `gedelegeerd leiderschap’. Uit dit hoofdstuk wordt dan een `bijbels principe’ voor leiderschap gedestilleerd. Maar als we Exodus 18 zorgvuldig lezen, zien we dat het Mozes’ heidense schoonvader was die dit idee naar voren bracht (Ex. 18:14-27). Er is geen aanwijzing dat God dit plan bekrachtigd heeft. Sterker nog: Jethro gaf zelf toe dat hij niet zeker wist of God het zou ondersteunen (Ex. 18:23).
Verderop zien we dat God Mozes instrueert om wat betreft het toezicht een andere richting in te slaan: hij moet oudsten aanstellen die hem kunnen helpen de verantwoordelijkheid te dragen. We zien dan een hele andere insteek, en het is belangrijk te zien dat Mozes daar mannen selecteert die al geruime tijd als oudsten functioneerden (Num. 11:16).
Deze strategie was wél uit God geboren en was organisch en functioneel. Het was duidelijk anders dan Jethro’s idee van een meerlaagse, piramidale hiërarchie van heersers.Een ander misverstand is dat Oudtestamentische Leiders als Mozes, David, Salomo, etc. voorbeelden zijn voor hoe God leiderschap heeft bedoeld. Zij waren een voorafschaduwing van de Here Jezus, geen model voor het hedendaagse systeem van één voorganger/pastor.
Dit moderne leiderschapsmodel vindt zijn oorsprong in de leer van Ignatius en Cyprianus, het begin van het Katholicisme. Het werd pas wijd verbreid geaccepteerd in de 3e en 4e eeuw na Christus. Tijdens de Reformatie werd de rol van bisschop en priester getransformeerd tot de Protestantse pastor/dominee/voorganger.
In tegenstelling hiermee is het altijd Gods bedoeling geweest om Israël een theocratie te laten zijn, waarbij God de enige Koning is. Hij gaf soms wel toe aan de vleselijke verlangens van het volk om een aardse koning te hebben, maar dat is nooit zijn perfecte wil geweest (1 Sam. 8:5-9).
Natuurlijk werkte de Heer ook onder een menselijk koningschap nog steeds met zijn volk, maar als gevolg van hun keuze moesten zij door het falen van de menselijke koningen vaak vreselijk lijden ondergaan. Op diezelfde manier werkt God ook vandaag de dag nog steeds door onvolmaakte systemen, en beperken deze systemen nog steeds Zijn volle werking. Het feit dat God door een bepaald systeem werkt geeft dan ook geen enkele legitimatie voor de juistheid van het systeem; integendeel!
Het verlangen van God is altijd geweest dat zijn volk leefde en diende onder Zijn directe heerschappij (Ex. 15:18; Num. 23:21; Deut. 33:5; 1 Sam. 8:7) en een koninkrijk van priesters zou zijn (Ex. 19:6). Israël heeft dit door haar ongehoorzaamheid verloren, maar de Nieuwtestamentische Kerk heeft dit weer terug gekregen (1 Petr. 2:5,9; Op. 1:6). Helaas hebben vele christenen er de voorkeur aan gegeven terug te keren naar het religieuze bestuurssysteem van het oude verbond.
In het Nieuwe Verbond is het zo dat de inwonende Geest van God alle gelovigen ten deel valt. En dat stelt de Gemeente in staat zicht te verheffen tot het bovennatuurlijke niveau van het `priesterschap van alle gelovigen’.
12 raak de gezalfde niet aan
Psalm 105:15
`Raak mijn gezalfden niet aan, doe mijn profeten geen kwaad’
Deze tekst wordt vaak gebruikt (misbruikt) om aan te tonen dat bepaalde christenen (b.v. profeten) onbetwiste autoriteit hebben. Nu is het zo dat God onder het Oude Verbond profeten een speciale zalving gaf voor het brengen van zijn boodschappen. Hen tegenspreken stond daarmee gelijk aan het tegenspreken van God zelf. Maar onder het Nieuwe Verbond is de Geest uitgestort op al Gods kinderen. Allen die Christus (de Gezalfde) ontvangen hebben zijn gezalfd door de Heilige Geest (1 Joh. 2:27) en iedereen mag profeteren (Hand. 2:17-18; 1 Cor. 14:31). Deze tekst uit Psalm 105 wordt helaas vaak verkeerd toegepast en misbruikt door zelfaangestelde leiders en zelfverklaarde `profeten’ om Gods volk te beheersen en kritiek te ontwijken.
Dit is de waarheid: aangezien alle Christenen gezalfd zijn mogen allen profeteren. Onder het Nieuwe Verbond is het `raakt mijn gezalfden niet aan’ gelijk aan `weest elkaar onderdanig in de vreze van Christus’ (Ef. 5:21). Als dit ontkent wordt, wordt ontkent dat alle christenen de zalving ontvangen hebben!
