De eerste Gemeente had de gewoonte dagelijks bijeen te komen. Ze hielden zowel grote bijeenkomsten op het tempelplein als eenvoudige bijeenkomsten aan huis.
Het lijkt erop dat de kern van het Gemeente-zijn lag in de huizen: ze braken er het brood, aten met elkaar en loofden God. Daarnaast kwam de Gemeente van Jeruzalem als geheel (alle `huisgroepen’ samen dus) eendrachtig bijeen in de tempel, waarschijnlijk om te getuigen van Jezus en mensen uit te nodigen hier ook deel aan te krijgen.
Ik haal hier 3 principes uit:
1. de huissamenkomst vormt de kern van de christelijke gemeenschap.
2. de eenheid van de Gemeente wordt op stadsniveau duidelijk en krachtig getoond in gezamenlijke, publieke, bijeenkomsten.
3. de `gemeenschap der heiligen’ is iets dat dagelijks plaatsvindt.
Hoe zouden deze principes vandaag de dag, in onze tijd, nu uitdrukking moeten krijgen?
Ik zie het voor me dat in een stad als Rotterdam overal dynamische, zichzelf vermenigvuldigende, huisgroepen zijn die zich als een olievlek over de stad verspreiden, die op een niet-formele wijze contact met elkaar hebben en bijvoorbeeld in een wijk en ook op stadsniveau samenwerken om met elkaar het Lichaam van Christus te vertegenwoordigen. Dit is het levende, ongrijpbare, onstuitbare, organisme dat de basis vormt van de Kerk in Rotterdam. Vanuit deze groepen komen verschillende leraars, profeten, herders, evangelisten, apostelen naar voren die een specifieke functie (lees: taak, geen positie) hebben om de Kerk van Rotterdam te dienen. Gemeentestichters en evangelisten worden uitgezonden vanuit de huisgroepen om ergens anders een nieuwe huisgemeente te starten of ongelovigen te bereiken. Herders, leraars en profeten reizen rond om de verschillende huisgemeentes te dienen met hun gaven. Iedere huisgemeente heeft zijn eigen oudsten, broeders en zusters die door hun leven en wandel met God een voorbeeld zijn en die nagevolgd worden.
Eens in de zoveel tijd (wekelijks? maandelijks?) zijn er massale bijeenkomsten in de Kuip (het Feyenoord-stadion) waar de hele Gemeente van Rotterdam bijeenkomt om met elkaar God te aanbidden, te getuigen van Zijn werken, het Woord te proclameren en een eensgezind geluid te laten horen naar de stad.
Hoe kunnen we nu in deze tijd, waarin we vaak druk-druk-druk zijn, hier met elkaar vorm aan geven? Is het noodzakelijk om dagelijks (fysiek) bij elkaar te komen, is dat überhaupt mogelijk, of kunnen we dit principe ook op andere manieren vorm geven?
Ik heb wel het idee, als ik het NT hier over lees, dat er een zekere noodzaak in zit om zeer regelmatig (liefst dagelijks) omgang met elkaar te hebben. Misschien vind ik dit al gauw een te grote belasting, en moet ik me afvragen wat ik er voor over heb om een radicaal christenleven te leiden. Eén ding is zeker: wil ik mijn geloof tot meer maken dan een wekelijks kerkbezoek, maar in plaats daarvan tot een levensstijl, dan kost dat een prijs. Ik kan in elk geval niet meer blijven leven zoals ik tot nu toe geleefd heb: individualistisch, op mezelf gericht, gereserveerd en afgepast. Ben ik bereid die verandering door te maken; ben ik bereid om van een geestelijke baby op te groeien tot een volwassen vertegenwoordiger van Gods Koninkrijk? Ben ik bereid om de prijs daarvoor te betalen?
2 Reacties
Sorry, Reacties plaatsen is nu niet mogelijk

Hoi Peter,
Ik vind het mooi hoe jij kritisch nadenkt over wat het betekent om kerk te zijn in de 21ste eeuw. Met veel belangstelling je post gelezen.
Je haalt drie principes naar voren. De vraag die zich echter aandient, en die je volgens mij nog moet beantwoorden is deze: Is Handelingen 2 beschijvend of normatief? Probeert Lucas ons te vertellen wat er daar gebeurde of wat er bij ons zou moeten gebeuren?
Jouw post maakt duidelijk dat je vindt dat het zo ook bij ons zou moeten zijn. Mijn vermoeden is echter dat Lucas eerder wilde ‘beschrijven’ dan ‘voorschrijven.’
Rogier,
interessante opmerking. Ik ben het met je eens dat Handelingen meer beschrijvend is (dit zegt de titel ook: de handelingen van de apostelen), dan dat het een boek is waar we rechtstreekse instructies uit kunnen halen voor vandaag. Ik denk wel dat als we deze handelingen lezen dat we daarin tussen de regels wel principes (richtlijnen) tegenkomen die het karakter, het wezen, van de Gemeente weergeven. Het is voor mij een uitdaging om die principes te vertalen naar vandaag de dag.
Ben je dit met me eens? Kun je eens een voorbeeld geven van een principe uit Handelingen en hoe je dat naar deze tijd kunt vertalen?