Gelukszoekers

gelukszoekers

L’enfer c’est les autres. De hel, dat zijn de anderen.

Zij die in Nederland met een gouden pollepel in hun vraatzuchtige muil zijn geboren en het in hun botte kop halen om oorlogsvluchtelingen uit Syrië en straatarme Afrikanen `gelukszoekers’ te noemen verklaren zich met die opmerking solidair aan deze Sartriaanse uitspraak, die zo ongeveer de lijfspreuk van het neo-liberalisme is geworden.

Waar de mens zijn eigen individuele ontwikkeling en welbevinden tot hoogste goed heeft verklaard is geen ruimte voor de ander. De ander is slechts een bedreiging van de eigen vrijheid, die vooral niet beperkt moet worden. Dit wereldbeeld schonk ons de egoïstische klootzakken die in Nederland tegenwoordig de norm lijken te zijn geworden: de voetbalhooligan die alleen nog naar een wedstrijd gaat om een partij te rellen; de zwartrijder die een conducteur in elkaar rost als die het waagt om zijn kaartje te vragen; de wegmisbruikers die elkaar met een koevoet te lijf gaan na onenigheid op de snelweg. Dit zijn zo maar wat willekeurige voorbeelden. Wie mensen die in blinde paniek proberen te ontkomen aan de gruwelen van IS gelukszoekers waagt te noemen is in mijn ogen geen haar beter.

De ander is mijn hel; wat een kille wereld is dat!

Laten we dan liever te rade gaan bij die andere filosoof: Levinas. Volgens Levinas wordt ik pas echt mens in het aangezicht van de Ander. Die Ander is mijn spiegel en doet mij mijn menselijkheid pas werkelijk ervaren. Die Levinas, die was geen romantische dromer, als Jood werd hij door de nazi’s gevangen genomen; ondanks, of misschien juist dankzij, die ervaring kwam Levinas tot diepere inzichten en hield hij een hartstochtelijk pleidooi voor een andere, meer humane, manier van omgang met elkaar. Bij Levinas doet de Ander een appèl op mijn verantwoordelijkheid, de Ander dwingt mij om te veranderen.

Levinas spreekt over `de kleine goedheid’; dit is de kleine goedheid van de nederige mens, die in het besef van zijn eindigheid zijn hoogmoed achter zich heeft gelaten en spaarzaam hulp biedt.

Geen grote gebaren dus, niemand hoeft de hele wereld te redden, dat kan ook helemaal niet. Maar als ieder mens op zijn eigen plek en wanneer hem/haar daarvoor de gelegenheid geboden wordt, een kleine daad, een klein gebaar, van goedheid zou doen richting de Ander die op dat moment voor hem/haar staat, dan zou de wereld absoluut een betere plek worden.

Bijvoorbeeld wanneer er een gezin uit Syrië in je straat komt wonen, of er bij jou in het dorp een asielzoekerscentrum wordt gebouwd, of je zo iemand tegenkomt in de metro. En dat je dan vriendelijk kunt zijn en zo iemand welkom kunt heten in jouw land: welkom in Nederland, ik hoop dat je hier (weer) gelukkig wordt.

Het recht om ongelukkig te zijn

obama rutte nachtwacht

Het recht om ongelukkig, ongezond en onsuccesvol te zijn

In de jaren `50 van de vorige eeuw dacht men dat de wereld en het leven maakbaar was. Anno 2015 lijkt het er wel op dat deze visie weer helemaal terug is van weg geweest. Wat is er gebeurd met ons recht om ongelukkig, ongezond en onsuccesvol te zijn?

Overal wordt je ermee geconfronteerd, je kunt er gewoon niet omheen: adviezen over gezond eten, artikelen over bio-food, e-nummers, suiker, en wat al niet meer. Je bent eigenlijk een enorme sukkel, of in elk geval heel onverantwoord bezig, als je nog bewerkt voedsel en grote stukken vlees eet of een fles cola soldaat maakt. Er zijn zelfs discussies of mensen met een ongezonde levensstijl niet meer premie voor hun zorgverzekering moeten betalen. Het zelfde geldt voor roken: waar dat in de jaren `80 nog heel geaccepteerd was en mijn leraren op de middelbare school nog zonder problemen een sigaret of pijp konden opsteken voor de klas, wordt je tegenwoordig zelfs in de openbare ruimte als een paria bekeken als je nog een sigaret durft op te steken.

Maar ook over onze psychische gezondheid wordt gewaakt: er worden aanvalsplannen opgezet tegen depressie en burnout, mindfulness-trainingen schieten op als paddestoelen, kinderen mogen vooral niet aan stressfactoren worden blootgesteld, voor elk probleem is er wel een `evidence-based’ therapie, ieder bedrijf doet tegenwoordig aan verzuim-management.

Tot slot is ook maatschappelijk succes een verplicht nummer: voor dropouts worden speciale wijkscholen opgezet, aan uitkeringstrekkers wordt van alle kanten getrokken om ze weer `richting werk’ te krijgen, kinderen moeten persé lid zijn van minstens één sportvereniging, loopbaancoaches beleven gouden tijden. Het aantal burnouts bij jongeren is onrustbarend hoog, juist omdat zij (als ze al een baan kunnen krijgen) enorm moeten presteren en dan nog ieder jaar bang moeten zijn dat hun contract niet wordt verlengd.

Vandaag kreeg ik een lijst onder ogen met trainingen die de GGD in Rotterdam aanbiedt en waar iedere burger aan kan deelnemen: Samen gezond eten en bewegen, Klaar voor de Start, Stoppen met piekeren, Bewust onstpannen, Beter slapen, Positief leven, Op zoek naar zin; het zijn zo een paar grepen uit het aanbod. Het doet me denken aan dat liedje van Radiohead, Fitter Happier, waarbij een stem een hele lijst aan slogans opsomt uit het moderne leven, waarbij het streven is naar beter, gezonder, fitter, happier.

Er is overigens wel een verschil tussen de jaren `50 van de vorige eeuw en de huidige maakbaarheidsrevival. Waar men in de jaren `50 nog daadwerkelijk geloofde dat alles maakbaar was denken we nu vooral dat het goedkoper is: stoppen met roken is goedkoper dan iemand behandelen met longkanker, een burnout voorkomen is goedkoper dan uitvallers doorbetalen tijdens ziekte, iemand met een startkwalificatie heeft meer kans op werk en zal daarom minder snel een beroep op een uitkering hoeven doen.

Maar fuck, waar is die goede-oude-jaren-80 mentaliteit gebleven, van: de wereld gaat toch naar de klote, dus waarom zou ik moeite doen? Hoe zit het met mijn recht om ongelukkig te zijn? Ik wordt een beetje ziek van al die positiviteitsgoeroe’s die ons iedere keer weer moeten wijzen op een onontgonnen gebied van ons leven dat zonodig verbetering behoeft. Waarom? Als ik er nu eens gewoon ouderwets de pee in heb, als ik nu eens geen zin heb om verantwoord te leven, als ik nu eens niet aan bepaalde verwachtingen wil voldoen? Waar is mijn vrijheid gebleven, de vrijheid om te doen of niet te doen wat ik wil, de vrijheid om niets van mijn leven te maken, gewoon omdat ik daar het nut niet van in zie?

En het ergste van dat al is dat ik nog niets eens weet waar ik me dan tegen moet afzetten. In de jaren `60 kon je nog schoppen tegen maatschappelijk idealen, met je onverantwoorde gedrag bewijzen dat het maakbaarheidsgeloof van de jaren `50 naïef was. Maar tegenwoordig bestaan er geen maatschappelijke idealen meer, de neoliberale terreur heeft elke immateriële waarde omgezet in economisch belang. In de jaren `60 konden mijn ouders nog zeggen: jullie denken dat drugs schadelijk zijn en je ongelukkig maken, wij doen het lekker toch en bewijzen en passent meteen jullie ongelijk! Maar waar moet ik tegenwoordig mee aan komen als men beweert dat stoppen met roken goedkoper is dan een behandeling tegen longkanker, want daar valt geen speld tussen te krijgen!

Maar belangrijker nog: is het niet heel goed om zo nu en dan gewoon ongelukkig te zijn, onverstandige dingen te doen, een keer een off-day te hebben, zo nu en dan onsuccesvol te zijn? Begrijp me goed: het is een goede zaak om met elkaar te kijken of we iets kunnen ondernemen om de kansen te vergroten van bijvoorbeeld kinderen in achterstandswijken. Maar dat wil nog niet zeggen dat iedereen die kansen ook benut of dat het persé voor ieder kind heel schadelijk is om in armoede op te groeien. Lijden, tegenslagen, onsuccesvol zijn, deze dingen horen bij het leven, en mensen worden erdoor gevormd. Sommigen dreigen er aan onderdoor te gaan, maar de meesten (gelukkig) worden er sterker door. Veel dingen gaan ook vanzelf over. Het onzekere jongetje op het schoolplein, die moeite heeft om voor zichzelf op te komen, heeft die belang bij een of ander therapeutisch traject (waar hij misschien wel nog onzekerder van wordt) of heeft hij gewoon meer tijd nodig om uit te vinden hoe hij zich in sociale situaties het beste kan gedragen en komt het misschien vanzelf wel goed? De overspannen werknemer die al een paar weken thuiszit en eigenlijk heel erg ongelukkig is in zijn baan, helpt het om die naar een mindfulnesstraining te sturen, zodat hij zich weer wat kan laten oppeppen om vervolgens de draad van zijn ongelukkige leventje weer op te pakken, op weg naar de volgende burnout?

Ik heb steeds vaker het gevoel dat het voornamelijk allemaal symptoombestrijding is en dat het voorbijgaat aan de kern. Fuck It! Als ik ongelukkig ben, laat me dan met rust, het is mijn recht. Als ik ongezonde of onverstandige keuzes maak, laat me, ik weet het zelf ook wel, maar ik heb gewoon even geen zin om verantwoord te doen. Als ik ergens onsuccesvol in ben, nou en? Blijkbaar was het dan niet mijn ding, had ik gewoon pech of vond ik het niet belangrijk genoeg.

Probeer niet alles voor mij op te lossen. Geef mij mijn eigen waarde, mijn zelfbeschikking terug. Soms is het leven kut. Soms is het prachtig. Maar zonder kut valt er ook weinig te genieten…

Ik wil geen comfortabel leven. Ik wil leven!

Obama en Rutte – zoek de verschillen

obama rutte nachtwachtOp officiële foto’s kun je goed de verschillen zien tussen onze PM en de leider van de `vrije’ wereld. Kijk maar eens met me mee aan de hand van de onderstaande foto’s, waarvan de meeste genomen zijn op de eerste dag van het Nuclear Security Summit in Den Haag.

obama air force one stairsrutte op de fiets
Het begint al met hoe de heren arriveren: Mark Rutte komt graag op de fiets, om te laten zien hoe gewoon hij is. Obama doet ook heel `gewoontjes’ (call it relaxed), maar aan alles zie je dat hij dat niet is. Amerikanen willen ook helemaal geen gewone man als president.
mark rutte obama handjes schudden security summitObama komt op Apocalypse Now achtige wijze met een troep helicopters aangevolgen (de muziek van Wagner’s Walkure ontbreekt er nog maar aan) en komt steevast als een topsporter helemaal in zijn eentje van het trapje van de Air Force One gedraafd. Deze man is de man die, waar hij ook komt, in het middelpunt van de belangstelling staat, en dat weet hij. Hij gedraagt zich daarom heel amicaal en relaxed.

mark rutte spreekt obama toe security summitKijk eens naar het handenschudden tussen Obama en Rutte op de Summit: de brede gulle lach, de ontspannen houding van Mr. President, en dan die geruststellende hand op de schouder van Mark, die overduidelijk bol staat van de spanning en het toch wel heel graag goed wil doen naast Obama.

wim pijbes obama rutte rijksmuseumDat is ook weer duidelijk te zien als ze later op de dag voor de Nachtwacht staan (foto helemaal bovenaan): Rutte doet krampachtig zijn best de gulle lach van Obama te immiteren, maar slaagt daar totaal niet in: een krampachtige grimas. Ook hier weer die hand op de rug die de hiërarchie onderstreept. Even later zien we Rutte zijn stinkende best doen om de president te pleasen tijdens een toespraakje. Obama luistert minzaam en geduldig tot Mark klaar is met zijn act. Duidelijk een man die gewend is dat mensen continu indruk op hem proberen te maken.

wim pijbes obama rutte rijksmuseum nachtwachtHet is duidelijk: onze Mark is in de verste verte niet gewaagd aan de charismatische Obama. Een man die dat wel is is Wim Pijbes, de directeur van het Rijks: zie hem hier het lef hebben om het protocol te doorbreken, als hij een fotomomentje voor zichzelf gaat afdwingen. Hij priemt zelfs zijn vinger richting de president! Obama lijkt dit afwijkende gedrag wel grappig te vinden, maar Mark schiet hier duidelijk in de stress: `haha, wat doe je nu Wim?’. Wim Pijbes is op deze dag degene die echt iets te vertellen heeft, getuige ook de laatste foto: voor het eerst zien we Obama niet verveeld kijken, maar oprecht luisteren naar wat iemand te vertellen heeft. Maar het belangrijkste is op deze foto niet eens te zien: dit is de museumdirecteur die het voor elkaar heeft gekregen om de belangrijkste man ter wereld voor een vol uur in zijn museum te gast te hebben. Zelfs al zijn Amerikaanse collega’s zijn stinkend jaloers, want normaliter neemt Obama niet zoveel tijd voor kunst en cultuur.
Wim was gister de held van de dag.

lang leve de zesjescultuur!

zesjescultuurBegin dit jaar kwam het boek
`De prestatiegeneratie’ van Jeroen van Baar uit. Jeroen deed onderzoek naar waar onze prestatiedrang vandaan komt en hoe onze maatschappij en studiewereld gebaseerd zijn op de drang tot excelleren. Jeroen houdt in zijn bij vlagen hilarisch geschreven boek een hartstochtelijk pleidooi voor de terugkeer van de `zesjescultuur’. Waanzin of wijsheid?

Jeroen heeft een punt. Hij is niet tegen excelleren en vind ook dat excellente leerlingen gestimuleerd moeten worden om het maximale uit hun kunnen te halen. Maar Jeroen legt ook de vinger op een zere plek: waarom verlangen wij van onze leerlingen dat ze allemaal excellent willen zijn?

Voor middelmatigheid lijkt geen plek te zijn in onze maatschappij, in elk geval niet in onze onderwijsinstituten. Waarom niet eigenlijk? Jeroen heeft ook niet voor ogen dat iedereen er maar de kantjes van afloopt, hij geeft alleen aan dat er nog zoveel meer gebieden zijn waar studenten zich kunnen ontplooien: op sociaal vlak bijvoorbeeld. En het is nu eenmaal zo dat niet iedereen excellent kan zijn. We zijn toch ook niet allemaal beroemde voetballers of popsterren? We kunnen toch ook niet allemaal de president van de Verenigde Staten worden? Waarom willen we dan wel allemaal bij Apple, Deloitte of de Rabobank werken? De meeste studenten zijn `middelmatige’ studenten. Maar waarom wordt middelmatigheid als minderwaardig bestempeld?

Middelmatigheid is juist goed. Dat vindt althans Jeroen van Baar, en ik sluit me daar van harte bij aan. Er is zoveel meer in het leven dan presteren alleen. Waarom zou ik bijvoorbeeld van mijn dochter verlangen dat ze op haar rapport alleen maar negens en tienen heeft? Nee, ik ben tevreden als zij precies aan de normen voldoet om over te gaan naar het volgende leerjaar. En ik wil graag dat ze gelukkig is en plezier in haar leven heeft. Dat is ook belangrijk. Anders wordt het natuurlijk wanneer zij er echt met de pet naar gooit en daardoor beneden haar niveau terecht komt. Maar dan doet het ook afbreuk aan haar levensgeluk, en dat is niet de bedoeling.

Laten we onze kinderen een brede en `onstpannen’ opvoeding aanbieden: leer tevreden te zijn met wie je bent, verlang niet iets van jezelf wat niet in je zit, ontwikkel je zo breed mogelijk. Daar worden ze aangename en sociale volwassenen van én het vergroot de kans dat ze gelukkig worden. Wat wil je nog meer?

luister hier een interview met van Baar op Radio 1.

Het zegeltje van Willem

willem alexander postzegel

Willem doet nu echt mee als koning der Nederlanden, hij heeft nu ook zijn eigen zegeltje. De postzegel zegt veel over de stand van het koningshuis, laten we de nieuwe aanwinst eens onder handen nemen, want er is veel mis mee.

Ten eerste: het is een saaie zegel; maar goed, wat wil je ook anders met zo’n saaie man, wat dat betreft past het wel. Maar het is ook helemaal geen Koninklijke zegel. Afgezien van het kroontje dan, maar die is ook wel nodig, buitenlanders zouden anders met geen mogelijkheid herkennen dat het hier om een koning gaat. Een saaie, wat norsig kijkende man, kringen rond zijn ogen, stijve scheiding in zijn haar en het pak van een zakenman kijkt je aan met een blik van: `ach, het is dat het moet’; hij heeft een wat verbeten trek om de mond, die door het `3d’/embossing effect nog eens extra benadrukt wordt. De fletse blauwe kleur van de zegel doet ook meer zakelijk dan koninklijk aan.

Laten we er eens wat zegels uit het verleden bijhalen, dan zien we hoe de neergang van het Nederlandse koningshuis treffend geïllustreerd wordt op de postzegels.

wilhelminajulianabeatrixwillem

Wilhelmina: fraaie stijlvolle zegel met een statig lettertype, de beeltenis van de koningin als borstbeeld (zoals het hoort). Chique versiering in de hoeken, en de koningin heeft de kroon gewoon op (zoals het hoort); dit is tenminste een zegel! Juliana doet de kroon af en wordt bijna een burgervrouw. Maar het is tenminste nog een zegel die enige voornaamheid uitstraalt, zeker ook door het `regina’ in de kantlijn. En deze kleur blauw is wél goed. Beatrix, hoewel toch weer een echte koningin gaat nog een stap verder dan haar moeder in het verzakelijken van de zegel. Alle tekenen van Koninklijke waardigheid zijn hier afwezig, maar de vrouw heeft tenminste nog de uitstraling van een vorstin: zoals goede wijn geen krans nodig heeft, en bovendien: na tientallen jaren koningschap herkent zelfs een inboorling in Afrika onze huidige prinses nog in deze afbeelding.

En dan het zegeltje van Willem: krampachtige poging om het geheel weer wat Koninklijke uitstraling te geven, voornamelijk door het gestileerde kroontje in de linker onderhoek. Het kroontje is echter helemaal verkeerd: het lijkt meer op de Britse kroon dan op de Nederlandse en dat mag toch met recht een Koninklijke blunder genoemd worden. Net als ook al bij Beatrix het geval was ook hier een schreefloze letter. Blijkbaar zijn lettertypes met schreef helemaal uit. Maar zo onderscheidt de zegel zich ook niet van het standaard Arial type waar iedere brief tegenwoordig mee geschreven wordt. En de hoofdletters maken het heus niet gewichtiger. Het 2013 in de rechterbovenhoek is natuurlijk overbodig; sterker nog: je geeft er een verkeerd signaal mee af. Alsof men verwacht dat het koningschap van deze man niet langer zal duren. Als tegenwicht tegen dat zonderlinge jaartal moet er dan natuurlijk in de linkerbovenhoek ook iets komen. Heel creatief komt men dan met een hoekje/haakje, daarmee meteen een nieuwe kleur introducerend in het geheel: zwart. Waarom? Ik kan niet veel meer bedenken dan dat het hoekje wat tegenwicht moet bieden aan de ronde, vrouwelijke lijnen van het gezicht, alsof hij er iets mannelijks door krijgt. Zwart is natuurlijk ook mannelijk, maar wordt wel net in iets minder mate gedoseerd dan het wit van de een. Saillant detail is dat de zegel ontworpen is door Studio Job, die nog niet zo lang geleden al voor veel opschudding zorgden door een hekwerk te ontwerpen dat wel erg veel weg had van het hek van Auschwitz. Wellicht dat het zwarte haakje eigenlijk dus de helft van een swastika is (zonder schreef dan, naar de regels van de nieuwe zakelijkheid). Wie zal het zeggen?

Maar goed, dat zijn allemaal bijzaken: wat er vooral mis is aan deze zegel is de persoon die er op staat. Denk het hoekje, het kroontje en het jaartal weg, geef de zegel een diep oranje kleur en zet in plaats van Willem nu eens Maxima op de zegel. Zelfs haar eenvoudig diadeem hoeft de prinses dan nog niet op te hebben, toch wordt de zegel er direct tien keer zo Koninklijk van. En dat gegeven illustreert wat mij betreft de stand van zaken met betrekking tot het Nederlandse koningshuis nog het beste: Beatrix was dan niet meteen laaiend enthousiast toen haar zoon met de dochter van een bezoedeld man ging, zij vormt wel de redding van het Nederlandse koningshuis. Zonder haar aan zijn zijde zou deze koning het inderdaad niet langer dan een jaar volgehouden hebben, want hij was al lang afgeserveerd door het Nederlandse volk. Niet omdat we een hekel aan hem hebben ofzo, maar gewoon omdat, als we naar die man kijken, we op geen enkele manier het idee krijgen dat we zoiets als een koningshuis nodig hebben. De man zou bij jou om de hoek kunnen wonen, je zou hem tegen kunnen komen in de supermarkt, op het schoolplein of als de verkoper van je nieuwe auto. Kortom: op deze zegel had eigenlijk iemand anders moeten staan.

Bovendien: dat likt ook lekkerder…

  • zoeken op RELIREL:

  • Categorieën

  • RELIREL archief

  • Recente reacties

    peTer op Het zegeltje van Willem
    abspoel op Het zegeltje van Willem
    Marianne op zwarte piet 2
    peTer op zwarte piet
    Nadenkertje op zwarte piet
    peTer op zwarte piet
Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.